PGB Nieuws
24 oktober 2011
Gerommel in de zorg
Met het Pgb valt vrij makkelijk te frauderen en het gebeurt dan ook weleens. Dat is, zo verklaarde de staatsecretaris bij de presentatie van haar drastische bezuiningsplannen, een belangrijke reden om die plannen ondanks de storm van protest gewoon door te zetten. Nu zal niemand ontkennen dat fraude met gemeenschapsgeld een slechte zaak is. Maar, zo schreven we eerder dit jaar, er zijn andere manieren om die fraude tegen te gaan. Een betere regelgeving, met strengere criteria voor zorgverleners, zou bijvoorbeeld een flinke stap in de goede richting kunnen zijn.
Want de budgethouders zelf hebben amper kans om te frauderen. Die moeten twee keer per jaar elke cent die ze uitgeven verantwoorden en al het geld dat ze overhebben netjes terugstorten. Nu gebeurt dat laatste misschien wat minder vaak dan zou kunnen, omdat sommige zorgaanbieders met alle plezier helpen de budgetten tot de laatste cent op te maken.
Zo praat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) momenteel met thuiszorgaanbieders en zorgkantoren over mogelijke fraude door onderaannemers in de zorg. Dat gebeurt bijvoorbeeld door een factuur te maken voor geïndiceerde zorg, terwijl die zorg in veel mindere mate, of zelfs helemaal niet, wordt geleverd. Ook komt het voor dat gekwalificeerde zorgverleners de zorg declareren, terwijl in werkelijkheid niet-gekwalificeerde zorgverleners (bijvoorbeeld familieleden) de zorg verlenen.
Dat is valsheid in geschrifte, een strafbaar feit waar je een paar jaar voor in de cel kunt belanden. En wat NZa betreft, moeten de hoofdaannemer en het zorgkantoor ervoor zorgen dat dit soort fraude simpelweg niet voorkomt. De hoofdaannemer is immers verantwoordelijk voor de controle op zijn onderaannemers en de zorgkantoren moeten op hun beurt de hoofdaannemers controleren om te zien of de gedeclareerde zorg ook echt is geleverd.
Nu is valsheid in geschrifte natuurlijk niet de enige manier om aardig te verdienen aan de zorg, want ook op bestuursniveau valt veel te halen. Dat laat de raad van toezicht van de Stichting Gehandicaptenzorg Limburg zien. De voorzitter en de vice voorzitter van de raad leverden namelijk drie maanden bestuurlijke bijstand toen er na het vertrek van bestuurder Guus de Jong nog geen opvolger was gevonden. Daarvoor declareerden ze respectievelijk 31.738 euro en 68.116 euro, die natuurlijk keurig betaald werden. Dat salaris zouden de twee zelf namens de raad van toezicht hebben vastgesteld.
“Buiten proportie en ernstig in strijd met de Zorgbrede Governancecode”, zegt OR-woordvoerder Jaap Jongejan. De ondernemingsraad heeft dan ook het vertrouwen in de raad van toezicht opgezegd en een klacht ingediend bij de Governancecommissie Gezondheidszorg in Den Haag. De raad van bestuur laat in een reactie weten dat het misschien niet helemaal volgens de regels is gegaan, maar dat hier sprake was van overmacht.
“Nood breekt wet, er was geen tijd om het anders te regelen”, zegt de woordvoerder van de raad. Toen SGL vorig jaar namelijk gesplitst werd in SGL-diensten en SGL-zorg, zat de laatste divisie ineens zonder bestuurder. Aanvankelijk deed SGL-diensten bestuurder Guus de Jong dat er tijdelijk bij, maar omdat er wat meningsverschillen waren tussen de medewerkers van SGL-zorg en De Jong wilde dat niet echt vlotten. Vandaar dat de twee toezichthouders werd gevraagd om managementsadvies te geven, waardoor ze drie maanden lang bijna elke dag in de organisatie aanwezig waren.
Volgens de raad van toezicht is de vergoeding voor hun diensten helemaal volgens de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in Zorginstellingen. En daarbij, zo voegt ze daaraan toe, is het veel goedkoper dan het inhuren van een interim-manager: “Inclusief kosten van het wervingsbureau kom je dan wel aan 120.000 euro.”
En het is waar: zo kun je het natuurlijk ook bekijken





